Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie

De wonderlijke watertorens van Noord-Holland

Al sinds het begin van de negentiende eeuw vormen watertorens een belangrijk onderdeel van het vlakke Nederlandse landschap. De meest markante watertorens zijn de drinkwatertorens, die vanaf 1856 werden gebouwd. Vanwege de forse afmetingen vallen deze het meest op en werden ze door de waterleidingbedrijven als een visitekaartje beschouwd. Zodanig dat er veel aandacht werd besteed aan het uiterlijk van de torens. Hieronder vind je de zeven meest bijzondere torens van Noord-Holland.

>

Hein Kever

Op 19 juni 1854 zag Jacob Simon Hendrik Kever, alias ‘Hein’, het levenslicht in Amsterdam. Al vroeg had de dromerige Hein een neiging tot tekenen en schilderen. Hij kon op school niet makkelijk meekomen en het ontbrak hem aan belangstelling voor de zakelijke en nuchtere dingen in het leven. Zijn moeder was bevriend met de familie van Jozef Israels en besloot de oude meester-schilder om hulp te vragen. Israels bemiddelde meerdere malen voor de jonge Kever, die zou uitgroeien tot één van de bekendste Larense schilders.

>

Jo Koster: neo-impressionist in Laren

Het Gooi staat met name bekend om de kunstenaars die vanaf het derde kwartaal in grote groepen kwamen: de Haagse Scholers. Ook hebben er kunstenaars gewoond en gewerkt in het Gooi die tot de tweede generatie vernieuwers behoorden: Ferdinand Hart Nibbrig, Jan Sluijters, maar ook kunstenares Jo Koster zijn hier sprekende voorbeelden van.

>

Suze Robertson: Schilder van sociale misstanden

Ondanks dat de armoede een geliefd onderwerp was onder kunstenaars, waren zij niet altijd bijzonder betrokken bij de omstandigheden waarin de plaatselijke bevolking verkeerde. Schilderijen over de lagere sociale klassen waren omstreeks 1890 veelal lieflijk en romatisch. Lien Heyting schrijft hierover in haar boek ‘De Wereld in een dop’ (1994) over de kunstenaars die eind negentiende eeuw naar Laren trokken het volgende: ‘Hoe meer de dorpse eenheid tussen mens en natuur bedreigd werd, des te zoetelijker die door de schilders werd weergegeven. Nooit eerder hebben ze in de armoede  […] zoveel lieflijks gezien als juist toen’.

>

Urnenveld op de Westerheide

In de westelijke punt van de Westerheide bevindt zich een terrein van zeer hoge archeologische waarde dat beschermd is. Het bevat naast grafheuvels uit het neolithicum een urnenveld dat in gebruik is geweest van de bronstijd tot en met de ijzertijd, bewoningssporen uit het neolithicum tot en met de ijzertijd en de middeleeuwen, een kamp (het vierde) en een banscheiding uit 1428.

>

Het Singer Museum te Laren

In Parijs had het echtpaar voor het eerst van Laren gehoord en toen ‘moesten ze er wel heen’. Zoals zovele artistiekelingen begin twintigste eeuw was het echtpaar Singer na aankomst getroffen door de natuur en de sfeer in het onbedorven Laren en vestigden zij zich hier voor lange tijd. De steenrijke miljonairs bouwden hier een uitgebreide kunstcollectie op die Anna na de dood van haar man William in 1943 onderbracht in een stichting. In de jaren 50 groeide dit uit in het uitgebreide kunst- en cultuur centrum dat het Singer Laren dezer dagen is.

>

Anton Mauve

Hij was een van de belangrijkste schilders van de Haagse School, de stroming die de Nederlandse landschapsschilderkunst weer nieuw leven in blies. Hij was de enige leermeester van Van Gogh, het zoontje van een dominee, romantische schilder van Oosterbeek, het Scheveningse Strand en een beroemde kudde schapen. Dit allemaal is Anton Mauve (1838-1888).

>

De kunstenaar van de sneeuw

Koningin Wilhelmina kocht in 1929 een groot doek van hem aan van Blaricum in de sneeuw.  Het grote schilderij werd gehangen in Paleis Noordeinde in Den Haag. David Schulman was een bekend en geliefd kunstenaar. In een impressionistische stijl schilderde hij het Gooise landschap.

>

Kerst in museum Singer Laren

De foyer van Singer Laren is elk jaar in de tweede helft van december helemaal in kerstsferen gehuld. Met boom en lichtjes en veel kleur, rond de majestueuze schouw. Honderd jaar geleden was de foyer de woonkamer van Anna en William Singer. Maar hoe zag hun kerst er eigenlijk uit? Met een diner, een kerstboom en Santa Claus, misschien?

>

Singer: “I have found my country”

Het was de kunstschilder Martin Borgord die zijn vrienden William en Anne Singer in de zomer van 1903 meenam naar zijn geboorteland Noorwegen. William had nauwelijks een voet aan land gezet of hij sprak de legendarische woorden ‘I have found my country’. In de foyer van het Singer Museum hangen schilderijen die de Amerikaanse schilder in Noorwegen schilderde.

>

Larenberg

Tussen Laren en Blaricum ligt de buitenplaats Larenberg. Deze buitenplaats is in zijn geheel ontworpen door architect J.D. Zocher jr. Larenberg is een combinatie van een buitenplaats met een boerderij. Samen vormen zij het ideaal van de negentiende-eeuwse mens: wonen en werken in de frisse buitenlucht.

>

Schaapskooi Aardjesberg was maar een kort leven beschoren

Schapen en heide horen bij elkaar. Niet voor niets waren schilders als Anton Mauve en Jan van Ravenswaay onder de indruk van de schaapskuddes op de Gooise heide. Toch is het niet vanzelfsprekend om grazende schapen op de heide te zien. Lange tijd liepen er geen schapen op de Gooise heide. Totdat de Larense architect Wouter Hamdorff in 1935 opdracht kreeg een schaapskooi met een herderswoning te bouwen op de Aardjesberg.

>

Het schapenkampje op de Westerheide

De ruimte binnen de aarden wallen van de omwalling werd gebruikt als een schapenkampje. De schaapherder dreef hier zijn kudde samen. Het schapenkampje is dus een schaapskooi in de open lucht.

>

De paarse heide

De paarse heide heeft menig kunstenaar en schrijver tot verrukking gebracht. De schilder Anton Mauve was er helemaal weg van. Regelmatig trok hij er met zijn schilderskist op uit om de schaapskudde met de herder en zijn hond vast te leggen. Toch is een paarse heide niet vanzelfsprekend. Het is dankzij de goede zorg van het Goois Natuurreservaat dat we van de heide kunnen genieten. Als er niet op tijd wordt geplagd, gemaaid en er geen schapen en Schotse Hooglanders lopen, zou de heide veranderen in bos en helemaal vergrassen.

>

Een van de mooiste watertorens van Nederland

De 35 meter hoge watertoren van Laren van architect Wouter Hamdorff torent hoog boven de Westerheide uit. Wat maar weinig mensen weten is dat de Larense watertoren zorgde voor een belangrijk deel van het drinkwater voor het Gooi. Nu heeft de toren geen functie meer: het water wordt met pompen getransporteerd. De plaats is nog wel een centraal verdeelpunt in het Gooi.

>

Het afgraven van grind

Wie denkt dat de bodem van het Gooi alleen maar uit zand bestaat, heeft het mis. Het Gooi is een gebied vol met heuvels en dalen. Ontstaan gedurende een periode van maar liefst tienduizenden jaren.

>

Mondriaan in ’t Gooi

In een houten hutje aan de Noolseweg in het Gooise Blaricum had schilder Piet Mondriaan tussen 1915 en 1919 zijn atelier. Het was in dat hutje dat hij zijn eerste abstracte werk schilderde.

>

De hut van Mondriaan

Verborgen in de bosjes tussen de Schapendrift en de Eemnesserweg in het Gooise Blaricum staat een klein houten atelierhuisje met een grote stenen schoorsteen. Tussen het bloeiende fluitenkruid en de hoge bomen is het hutje bijna niet te zien. Het is de opvallende aan de zijkant aangebouwde schoorsteen die het bestaan van de hut verraadt. Tussen 1915 en 1919 was dit het atelier van de schilder Piet Mondriaan.

>

Villa De Wilde Zwanen, Laren

Aan de Oude Drift in Laren staat sinds 1911 villa De Wilde Zwanen. Tegenwoordig vormt de villa het hart van Singer Laren, bestaand uit een theater en museum met beeldentuin. Het complex opende op 12 mei 1956 zijn deuren voor het publiek. Voor het verhaal achter het ontstaan van de villa en Singer Laren moeten we meer dan een eeuw teruggaan in de tijd, naar het jaar 1901. In dat jaar arriveerde het Amerikaanse echtpaar William Henry Singer Jr. en Anna Singer-Brugh in Laren. Ze verbleven de eerste tijd in het hotel van Jan Hamdorff, dat een belangrijke rol in het artistieke leven in Laren speelde.

>

De komst van de verfkliederaars

Omstreeks 1880 ontdekte Jozef Israëls als eerste kunstenaar het Gooi. Hij wees zijn collega-schilders op de schoonheid van het landschap rondom Laren en Blaricum. De eerste kunstenaars die in zijn voetsporen naar het Gooi kwamen waren Albert Neuhuys, Anton Mauve, Hein Kever en Wally Moes. “’t Is aandoenlijk mooi hier, van een fijnheid van lijnen, een lieflijke poëzie straalt uit alles, binnenhuizen, wegen, akkers, boschjes en de menschen is van ’t liefste soort dat te bedenken is”, schreef Mauve in 1882 aan zijn vrouw.

>