Jan Lely (75) is de achterkleinzoon van ir. Cornelis Lely, de man die de Afsluitdijk ontwierp en als architect van de Zuiderzeewerken verantwoordelijk is voor het afsluiten en inpolderen van de Zuiderzee. De achterkleinzoon is vol lof over de manier waarop de versteviging van de Afsluitdijk wordt uitgevoerd. En volgens hem zou zijn overgrootvader dat ook zijn.
In de serie De Geheimen van het Palmhoutwrak duiken we in de verhalen achter een van de meest bijzondere scheepsvondsten van Nederland. Het Palmhoutwrak is een uitzonderlijk goed bewaard zeventiende-eeuws scheepswrak, verborgen onder het zand van de Waddenzee voor de kust van Texel.
Na een maandenlang restauratie- en conserveringsproces is het astrolabium, dat in 2024 uit het Palmhoutwrak is opgedoken, eindelijk aangekomen in Huis van Hilde. Het zeldzame navigatie-instrument is een van de topstukken van de tentoonstelling Schip vol raadsels. Maar wat deed het aan boord van het 17e-eeuwse schip?
Bodybuilding en fitness zijn hot. Fitness is tegenwoordig zelfs volkssport nummer 1 in Nederland. Dat was heel lang anders. Het was een subcultuur. Vooral bodybuilders hadden een asociaal imago. En bovendien gebruikten ze volop doping: anabolen. Nog steeds stijgen de cijfers rond het gebruik van deze hulpmiddelen, maar er is ook een trend om juist compleet naturel spieren te kweken. Kan dat? Of grijpen we terug op oldschool anabole steroïden?
Wat begon met een paar vliegtuigjes op een modderig grasveld, is uitgegroeid tot een stad van 4.500 voetbalvelden groot. Schiphol viert vandaag haar 110e verjaardag en is compleet veranderd in al die jaren. Toch zijn er nog wat sporen van vroeger zichtbaar. Archivaris Robert Lagendijk en medewerker Jos den Haan van Schiphol helpen ons zoeken.
Buitenpoorten zijn bestaande treinstations die direct aan natuur- en recreatiegebieden liggen. Deze stations vormen ideale toegangspoorten naar de natuur. Voor mensen die de drukte en het lawaai van de stad willen ontvluchten en dat op een duurzame manier willen doen, is een Buitenpoort het ideale startpunt om te genieten van het buitenleven. Meer informatie staat op www.noord-holland.nl/buitenpoorten.
Stolpen komen alleen maar voor in Noord-Holland. Van Texel tot aan de Haarlemmermeer staan er bijna 5.000 stolpboerderijen. Hier in West-Friesland struikel je bijna over deze woonboerderijen. In Hoogwoud kun je er zelfs één bezoeken: de Museumboerderij West-Frisia. Hier heeft de tijd stilgestaan. In dit museum waan je je in een bewoonde stolpboerderij uit 1857. Er zijn persoonlijke spullen te zien van de vroegere bewoners: de familie Donker. De stolp heeft nog de originele indeling van het boerenbedrijf. Waaronder de stallen van de koeien, met de korte regel en de lange regel. De woning en de dars, waar de boerenwagens gestald werden, zijn rondom de hooiberg geplaatst.Het meest opvallende aan de stolpboerderij is toch wel het hoge, puntvormige dak: de kap. Deze is traditioneel met riet gedekt. Hieronder lag vroeger de hooiberg. De puntige kap steunt op slechts vier stijlen. Die vormen samen het vierkant, dat de stolpboerderij zijn karakteristieke vorm geeft. Aan deze vorm dankt de stolpboerderij de bijnaam ‘Piramide van de Polder’. Wil je meer weten over stolpboerderijen? Kijk dan op onze themapagina ‘Stolpboerderijen’.
Het Naardermeer is tegenwoordig een vredig en ongerept natuurgebied. Ook vroeger was dit natte moeras al een echt paradijs voor vogels en vissen. Totdat men er in de zeventiende eeuw vruchtbare landbouwgrond van wilde maken. Maar liefst drie pogingen zijn er gedaan om het Naardermeer droog te leggen, maar dit moerasgebied liet zich niet gemakkelijk temmen. Van wilde plannen in de zeventiende eeuw tot grootschalige pogingen in de negentiende eeuw: telkens won het water. Om het meer in te perken werden er poldermolens ingezet, zoals Molen de Onrust uit 1809. Deze molen regelt nog altijd het waterpeil in het Naardermeer – en dat volledig op windkracht. Aan het begin van de twintigste eeuw dreigde het gebied een vuilnisbelt te worden. Om dat te voorkomen, sloeg een groep natuurliefhebbers onder leiding van Jac. P. Thijsse de handen ineen. Ze kochten het meer aan en richtten in 1905 de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten op. Hiermee werd het Naardermeer het eerste natuurmonument van Nederland. Meer weten? Lees het verhaal ‘Het Naardermeer laat zich niet temmen’.
In de serie De Geheimen van het Palmhoutwrak duiken we in de verhalen achter een van de meest bijzondere scheepsvondsten van Nederland. De serie behandelt het mysterieuze verhaal van het Palmhoutwrak; een uitzonderlijk goed bewaard 17e-eeuws scheepswrak, verborgen onder het zand van de Waddenzee voor de kust van Texel. In aflevering 7 staat het onderzoek naar drakenbloed in de gouden knopen centraal. In het Rijkserfgoedlaboratorium van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amsterdam onderzoeken Ineke Joosten en Janneke van der Stok waaruit de rode versieringen bestaan. Hun onderzoek kan nieuwe aanwijzingen geven over de herkomst van de knopen en over de persoon die ze ooit droeg.
In Huis van Hilde ligt sinds kort een grote hoeveelheid tapijtfragmenten uit het Palmhoutwrak. Het zijn broze resten van wat ooit prachtige kleden waren, afkomstig uit Perzië en Anatolië. Archeoloog & materiaal specialist Marijn Stolk onderzocht ze en komt langs om Anouk Veldman te vertellen wat ze hebben onthuld.
In aflevering 6 van De Geheimen van het Palmhoutwrak bezoekt Stolk het Provinciaal Depot voor Archeologie van Noord-Holland. De fragmenten zijn in 2024 opgedoken tijdens de laatste duiksessie en hebben maanden van conservatie en onderzoek achter de rug. De tapijtfragmenten geven een zeldzaam inkijkje in de 17e-eeuwse maritieme handel. Straatvaarders als het Palmhoutwrak vervoerden vaak bulkgoederen zoals palmhout en anijs. De textielvondsten uit dit schip zijn veel exclusiever.
De klok tikt onbarmhartig door voor Anouk Veldman. Ze heeft nog vier maanden voor de opening van haar tentoonstelling Schip vol raadsels in Huis van Hilde. Maar een groot aantal vondsten ligt nog bij restauratieatelier Restaura in Heerlen. De vraag is of deze op tijd klaar zijn voor de vitrines. In aflevering 5 van de serie De Geheimen van het Palmhoutwrak reist een delegatie van het Castricumse archeologiemuseum naar Heerlen. Hier worden de voorwerpen geconserveerd en gerestaureerd die in 2024 uit het wrak zijn opgedoken. Het gaat onder andere om navigatie- en medische instrumenten en tinnen servies uit de officierskamer, zoals borden, kannen en kandelaars waar de resten kaarsvet nog op zitten.
Onderzoekers van het Rijkserfgoedlaboratorium in Amsterdam staan voor een raadsel. In aflevering 4 van De Geheimen van het Palmhoutwrak is te zien hoe een verzegelde kruik na bijna vierhonderd jaar onder water zorgvuldig wordt geopend. Een speciale scan liet vooraf al een vreemde, ‘metaalachtige vloeistof’ zien. De werkelijke inhoud zorgt nu voor nóg meer vraagtekens.
Wat kan een homp anijs, verpakt in geitenhaar, vertellen over de reis van een eeuwenoud handelsschip? In de derde aflevering van De Geheimen van het Palmhoutwrak duiken we in een bijzondere vondst uit het zeventiende-eeuwse wrak. Het geitenhaar waarin de anijs is verpakt, kan namelijk aanwijzingen geven over de route die het schip heeft afgelegd.
Hoe zag het mysterieuze Palmhoutwrak eruit voordat het eeuwenlang onder het zand van de Waddenzee verdween? In de tweede aflevering van de NH-serie De Geheimen van het Palmhoutwrak neemt maritiem historicus en onderwaterarcheoloog Arent Vos de kijker mee aan boord van de reconstructie van het zeventiende-eeuwse VOC-schip Batavia in Lelystad.
Eeuwenlang lag het Palmhoutwrak verborgen op de bodem van de Waddenzee. De bijzondere vondsten uit het wrak vertellen ons meer over het leven en de handel van honderden jaren geleden. Maar wat maakt dit scheepswrak zo bijzonder? Ontdek de geheimen die onder water verborgen lagen.
IJmuiden dankt zijn naam aan journalist en latere minister Simon Vissering. In 1848 schreef hij een artikel over een denkbeeldig uitstapje naar een plek die hij ‘Y-Muiden’ noemde. Dat was opvallend, want de plaats bestond toen nog niet. De Simon Visseringstraat, gelegen in het oudste deel van de stad, herinnert aan de man die de naam van de havenstad decennia voor de bouw al bedacht. De uiteindelijke aanleg van de stad was een direct gevolg van de bouw van het Noordzeekanaal. Omdat de bestaande vaarroutes richting Amsterdam onbruikbaar werden voor de steeds groter wordende schepen, werd vanaf 1865 de duinstrook doorgegraven. Dit zware werk werd grotendeels met de hand gedaan, met schoppen en kruiwagens. In 1876 opende koning Willem III het voltooide kanaal, waardoor de hoofdstad een directe verbinding met de zee kreeg. De vissershaven van IJmuiden stond oorspronkelijk niet in de plannen. Vissers uit nabijgelegen dorpen merkten dat de monding van het nieuwe kanaal een praktische plek was om aan te meren. Ze hoefden hun boten zo niet meer het strand op te slepen. Omdat ze de doorgang voor vrachtschepen blokkeerden, werd besloten een aparte haven aan te leggen. Na de opening van de eerste particuliere visafslag in 1880 en later de Rijksvisafslag, ontwikkelde IJmuiden zich tot de vissersplaats die we nu voor ons zien. Meer weten? Lees het verhaal ‘Simon Vissering: de ‘peetvader’ van IJmuiden’.
Aan de buitenkant lijkt het een gewone bakkerswinkel, maar achter de mooie gevel zit sinds 1982 museum ‘De Oude Bakkerij’. Bezoekers kunnen hier alles leren over de rijke geschiedenis van brood, koek, suiker, chocolade en banket. Niet alleen door te kijken, maar ook door te luisteren, voelen, ruiken en zelfs proeven. Oneindig Noord-Holland bracht een bezoek aan het lekkerste museum van Nederland. ‘De Oude Bakkerij’ is een laagdrempelig museum waar de geschiedenis van het bakkersambacht centraal staat. Oude bakgereedschappen, machines en recepten illustreren hoe belangrijk de bakker vroeger was in het dagelijks leven. Bakkers en chocolatiers geven doorlopend demonstraties aan bezoekers en laten daarbij zien hoe traditionele lekkernijen worden gemaakt. Door deze multi-sensorische aanpak won het bakkerijmuseum vorig jaar de Museumprijs 2025. In het museum zijn drie verhaallijnen die je kan volgen: die van het brood, de koek en de banketbakkerij. In deze video lichten we de geschiedenis van het brood uit. Meer weten? Lees dan het verhaal ‘Museum ‘De Oude Bakkerij’ in Medemblik’.
De Wieringermeer dankt zijn bestaan aan gemaal Lely. Al bijna 100 jaar zorgt dit bijzondere gebouw ervoor dat iedereen tussen Medemblik en Den Oever droge voeten houdt. Het gemaal was onderdeel van de Zuiderzeewerken: het plan van Cornelis Lely om de Zuiderzee te dempen. Eerst werd de Korte Afsluitdijk aangelegd, die het eiland Wieringen met het vasteland verbond. Daarna werd een start gemaakt met een proefpolder bij Andijk, om te kijken of er op de zilte grond wel geboerd kon worden. Toen was de Wieringermeer aan de beurt. Er werden twee gemalen gebouwd om het gebied droog te pompen: gemaal Leemans, een dieselgemaal bij Den Oever, en gemaal Lely, een elektrisch gemaal bij Medemblik. Op 10 februari 1930 gingen de gemalen aan het werk. Het duurde ongeveer een half jaar voordat de Wieringermeer droogviel. Daarna kon het gebied ingericht gaan worden. Er kwamen nieuwe dorpen, zoals Middenmeer en Wieringerwerf, waar jonge gezinnen zich vestigden. Naar verluid werd de eerste polderbaby geboren in de machinistenwoning naast gemaal Lely. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bliezen Duitse soldaten de dijk op, waardoor de Wieringermeer opnieuw onder water kwam te staan. Op de vlucht voor het water werden Joodse onderduikers en verzetsmensen opgepakt. Maar de bevrijding liet gelukkig niet lang meer op zich wachten. In 1945 werd de Wieringermeer voor een tweede keer in rap tempo drooggelegd. Tegenwoordig zorgt Gemaal Lely nog steeds voor droge voeten. Inmiddels hoeft nog maar één van de drie pompen te draaien. Gemaal Leemans draait altijd. Dankzij deze twee gemalen kunnen de inwoners van de Wieringermeer elke avond met een gerust hart gaan slapen. Meer weten? Lees het verhaal ‘Droge voeten dankzij gemaal Lely‘.
Wist je dat… Kasteel Radboud helemaal niet van de Friese koning Radboud was? Maar waarom heet het kasteel dan zo? Radboud was een krijgsheer die opkwam voor de belangen en het geloof van de Friezen, het volk dat vroeger in onze kustgebieden woonde. Rond het jaar 700 was het welvarende Frisia verdeeld in kleine machtsgebieden met eigen leiders. In de tijd van Radboud rukten de Franken steeds verder op… mét hun eigen geloof: het christendom. De Slag bij Dorestad in 697 vormde een belangrijk keerpunt. Na Radbouds nederlaag tegen de Franken lieten veel Friezen zich bekeren tot christen. Volgens de legende zou zelfs Radboud zich bijna hebben laten overtuigen. In Hoogwoud stond hij al met één been in het doopvont, maar toen hij hoorde dat zijn heidense voorouders niet in de hemel waren, bedacht hij zich. Het doopvont brak toen zelfs in tweeën! Één deel zou zijn verdwenen in een diepe waterplas en de andere helft werd naast het kerkje van Hoogwoud bewaard. Het huidige Kasteel Radboud is van veel later en stamt uit de dertiende eeuw. Het werd in opdracht van de Hollandse graaf Floris V gebouwd toen hij West-Friesland veroverde. Eigenlijk heette het kasteel gewoon ‘Huis te Medemblik’, maar de stedelingen noemden het liever naar de legendarische Friese koning. Wil je meer weten over Radboud? Lees het verhaal ‘Radboud: koning van West-Friesland’.
Onze christelijke feestdagen mogen dan vanzelfsprekend lijken, hun oorsprong is eigenlijk ouder dan je denkt. Haast alle feesten en hun symbolen, zoals die gezellige kerstboom, zijn namelijk ontstaan uit heidense feesten. De kerk was er alleen érg goed in om deze bestaande feesten een christelijk tintje te geven. Het Germaanse midwinterfeest, gericht op de terugkeer van het licht, werd veranderd in de geboorte van Christus, het ‘licht der wereld’. Het oude midwinterfeest begon in de langste nacht van het jaar en duurde maar liefst twaalf nachten, wat precies overeenkomt met de tijd tussen het christelijke Kerst (25 december) en Driekoningen (6 januari). En wat dan te denken van het kerstgroen dat we elk jaar in huis halen? Het groenblijvende hulst werd van oudsher gezien als een heilige boom, die geluk en bescherming zou bieden. De oude Romeinen versierden hun huizen en tempels tijdens de Saturnalia feesten (17-23 december) al met hulst en decoreerden hun cadeaus ermee. Hoewel de kerstboom pas vanaf de negentiende eeuw in Nederland ingeburgerd raakte, kent ook deze een oudere oorsprong. Net als de Romeinen haalden de Germanen tijdens het midwinterfeest groen naar binnen, dat ze versierden met appels en noten. Meer weten? Lees het verhaal ‘De heidense oorsprong van onze feestdagen’.