Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie

Video

Die dertien maanden verdwijnen nooit meer uit je gedachten

Wagons met chemisch afval lossen in de buurt van Leipzig op een bord waterige knollensoep. Job van der Linden (1919) wordt bij een vergeldingsrazzia in 1944 opgepakt. Met nog 900 andere jonge mannen komt hij in Kamp Amersfoort terecht. Vandaar gaan ze naar kampen in voormalig Oost-Duitsland. Ook Van der Linden. Veertig kilo weegt hij […]

>

Ik had het gevoel dat het niet klopte

Tijdens de Japanse bezetting van voormalig Nederlands-Indië is de Indische Ted Hielckert (1941) nog klein. Toch herinnert hij zich de angstige momenten uit zijn kindertijd. Tijdens de Bersiap en ook daarna keert de haat van de Indonesiërs zich tegen de nog aanwezige Nederlanders. Ook van het gezin Hielckert worden alle bezittingen afgenomen. Ze vertrekken naar […]

>

Door niemand begrepen en niemand betreurd?

Wat doen Russische krijgsgevangenen uit Centraal-Azië in Kamp Amersfoort? Willen de Duitsers ze als Untermenschen tonen? Een soort propaganda-instrument? Niemand weet het. Voor Mom Wellenstein (1919) en zijn kampgenoten is het effect omgekeerd. Ze zijn zeer begaan met hun lot. Menselijke wrakken noemen ze hen. Ze zijn helemaal alleen, op een plek de niemand kent, […]

>

Als tekenaar was ik ongewild getuige van afschuwelijke folteringen

De Amsterdamse John Samuel Cordell (1923) ontkomt aan gedwongen tewerkstelling in Duitsland door als muzikant ‘illegaal’ rond te trekken. Tot hij in 1943 bij een optreden gesnapt wordt. Binnen enkele dagen zit hij in strafkamp Erika, met drieduizend andere gevangenen die voor relatief kleine vergrijpen zijn opgepakt. Het kamp staat bekend om de zware mishandelingen […]

>

Aan het monument kleeft het verhaal van mijn vader

Altijd is hij met de oorlog bezig. Om grip te krijgen op zijn familiegeschiedenis. Zijn moeder is anti-Duits. Maar zijn vaders familie kiest voor de NSB. Waarom? Ron Blankenstein (1943) is anderhalf als zijn vader Willem op 11 februari 1945 om het leven komt. Doodgeschoten door verzetsman kapitein Lancker. In 1949 komt er voor Lancker […]

>

Ik leef nog, omdat de leider me te jong vond

In de zomer van 1943 vraagt een vriend aan Han Hollander (1927) of hij een pakje met pistolen en patronen wil bezorgen. Dat doet hij en vanaf dat moment wordt hij – op de fiets en in korte broek – ingezet voor allerlei verzetsactiviteiten in Zwolle. Eind oktober 1944 mag hij tegen zijn zin niet […]

>

Je weet pas wat vrijheid is, als het je ontnomen is geweest

Van de 661 mannen die zijn weggevoerd, komen er 552 niet meer terug. Een monument in Putten herinnert aan de dag waarop alle mannelijke inwoners tussen de 18 en 50 jaar worden weggevoerd. Alle vrouwen en kinderen moeten in de kerk blijven. Het is een vergelding op een aanslag van het verzet de nacht ervoor. […]

>

Een politiek gevoelige snaar

Zelf dient hij 2,5 jaar in Nieuw-Guinea. Kolonel buiten dienst Jan Willem de Leeuw (1933) heeft zich sterk gemaakt voor het Nationaal Indië Monument. En dat is er gekomen. Pas in 1988, want de militaire inzet in de voormalige koloniën was lang een politiek gevoelige snaar. De Leeuw heeft er een dagtaak aan gehad om […]

>

Ik mis mijn vader al heb ik hem nooit gekend

Het Nationaal Koopvaardijmonument in Rotterdam symboliseert de offers en de moed van de Nederlandse koopvaardij tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ruim 7.000 slachtoffers vielen er. Ook de Surinaamse vader van Loeki Jaeger (1938). In 1941 vaart hij als hoofdmachinist bij Shell in het Kanaal en wordt de tanker getroffen door een Duitse torpedo. Er zijn geen […]

>

De bom boorde zich dwars door mijn bed

Ontsnapt aan de dood. Dat gevoel heeft Eva Pilon-Schuyt (1920) haar hele leven gehouden. Bij het bombardement van Rotterdam valt een bom in een schuilkelder op de plek waar ze net daarvoor zat. In shock rent ze op die 14e mei 1940 door de straten van Rotterdam. Wat uren lijkt te duren is in drie […]

>

De Prinses Irene Brigade heeft Tilburg bevrijd

Bij het uitbreken van de oorlog weet Rudi Hemmes (1923) één ding zeker: hij moet naar Engeland om van daaruit de Duitsers te verdrijven uit Nederland. Samen met zijn vriend Bob lukt het hem eind ’43 in Engeland te komen. Daar worden ze ingelijfd bij de Prinses Irene Brigade. De 1.100 man tellende brigade maakt […]

>

Uit mijn zolderraam zag ik hoe ze de mensen doodschoten

Begin april 1945. De Canadese bevrijders naderen Deventer. Een verzetsgroep van studenten bevindt zich in de Twentol smeeroliefabriek. Vanaf dat punt moeten ze voorkomen dat de Duitsers een brug opblazen. Duitse soldaten nemen de fabriek onder vuur en leiden vijf verzetsstrijders naar een speeltuin waar ze worden gefusilleerd. Met hen ook een Duitse soldaat, die […]

>

Eerbetoon aan hen die minder geluk hadden

Ad Stuij (1921–2007) is brutaal tegen een SS-er en moet maken dat hij wegkomt. Hij kan aan de slag in een boekhandel. Via de telefoon op zijn werk stuurt Ad gecodeerde berichten door. Dat wordt te gevaarlijk. Hij komt terecht bij een manege in Bilthoven. Dag en nacht is hij bezig met voorbereidingen voor overvallen […]

>

Nu zijn jongeren aan de beurt om veldslagen te beramen

Kamp Amersfoort. Armando (1929) woont er als jongetje vlakbij. Met zijn vrienden hangt hij rond bij het strafkamp. Net als de Duitsers doen ze ijzerbeslag onder hun schoenen. In zijn kunstwerken komt de oorlog steeds terug. “Want”, zegt hij, “het historisch besef is over het algemeen klein. De jeugd moet de geschiedenis kennen, want nu […]

>

Verzet in gevangenschap

Het is 1940. Frans junior is 9 jaar. Op 10 mei wordt hij midden in de nacht wakker. Vliegtuigen komen over. Er wordt geschoten. Later valt de politie zijn ouderlijk huis binnen en wordt zijn vader meegenomen. Hij belandt in Kamp Amersfoort. De meeste gevangenen gaan naar vernietigingskampen. Maar Frans senior wordt als kok aan […]

>

De angst lag als een deksel over Amsterdam

Bijna alle naaisters lopen mee naar de Februaristaking op de Noordermarkt. Het is februari 1941. Mien ten Dam-Pooters (1917) legt het naaiatelier waar ze werkt plat. De hele familie Pooters, vader, moeder en zeven kinderen, is actief in het verzet. Broer Pam bekoopt dit met de dood in 1943. Tot voor kort sprak ze op […]

>

Ze zouden een krankzinnigengesticht toch niet naar Polen verplaatsen?

“We moeten onderduiken”, probeert de Joodse Eli Asser (1922) zijn ouders te overtuigen. Ze weigeren dit, want ze vinden dat vluchtende Joden anderen in gevaar brengen. In 1942 ontkomt Eli Asser aan de Arbeitseinsatz door als verpleger te gaan werken in de Joodse psychiatrische inrichting Het Apeldoornse Bosch. Zijn vriendinnetje Eefje Croiset haalt hem daar […]

>

Onze gesprekken bij een kampvuurtje werden verraden

Oost-Java, 1944: de Japanse bezetter brengt 350 Indische jongens tussen de 15 en 20 jaar onder in werk- en strafkampen. Philip Everaars (1930) zit vast in Dampit. Na een jaar belandt Everaars met tachtig anderen in de gevangenis. “Wij werden zogenaamd berecht”, zegt hij over de rechtszaak door de Japanse krijgsraad. Hij verwacht de doodstraf […]

>

Erkenning en herkenning zijn heel belangrijk

Als meisje van vijf jaar moet Judith Marijke Dalmeijer (1937) bijna drie oorlogsjaren doorbrengen in een kamp in Banjoebiroe, onder hevige Japanse repressie. Over de kamptijd spreekt Dalmeijer lang niet, tot ze tijdens een reünie medekampgenoten ontmoet. Dit zorgt voor erkenning en herkenning van het gezamenlijke verleden. Dalmeijer organiseert daarna vele reünies en herdenkingen, ook […]

>

Waarom overleefde ik Bergen-Belsen en Anne Frank niet?

“Mijn ouders geloofden dat het wel los zou lopen”, zegt Ted Musaph-Andriesse (1927). De repressieve maatregelen tegen Joden nemen vanaf 1941 steeds ernstiger vormen aan en ook het gezin Andriesse ontkomt niet aan deportatie naar Bergen-Belsen. Vader overlijdt er aan de ontberingen. De rest van het gezin kan het concentratiekamp op 9 april 1945 verlaten, […]

>