In 1573 vond tijdens de Tachtigjarige Oorlog een spannende zeeslag plaats in de haven van Hoorn. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden bevond zich in dat jaar midden in een onafhankelijkheidsstrijd tegen hun wettige heerser, de katholieke koning van Spanje.
De Grote Molen te Schellinkhout werd tijdens de Gouden Eeuw gebouwd om water weg te pompen naar de Zuiderzee. De molen is tegenwoordig nog steeds in gebruik.
Waar zag je in de 16e eeuw de meeste scheepswerven? Amsterdam? Zaandam? Nee, in Edam. Op tientallen werven werd daar druk getimmerd en gezaagd. Schepen uit Edam zeilden de halve wereld over. Edam is meer dan kaas alleen.
Zijn vader, graaf Willem, was niet ver van Medemblik vermoord. Om de koppige West-Friezen te temmen besloot graaf Floris V een dwangburcht te bouwen. Bij Medemblik aan de Zuiderzee.
Bij het drukste kruispunt in Hollandsche Rading staat sinds eeuwen een grenspaal. Hier loopt de grens tussen Utrecht en Noord-Holland. Uitgerekend op de provinciegrens vind je een weggetje genoemd naar graaf Floris V. Is de graaf hier geweest?
Het klinkt tamelijk treurig: de meest oostelijke grens van Noord-Holland ligt bij De Dode Hond. Een onbewoond eilandje in het Eemmeer. Hier ontmoeten de provincies Noord-Holland, Flevoland en Utrecht elkaar.
Toen de dijken van de Zuiderzee in januari 1916 na dagenlang stormweer op verschillende plaatsen doorbraken, overstroomde het water snel het laaggelegen Waterland, het oostelijke gedeelte van de Zaanstreek en de Anna Paulownapolder. De inwoners moesten in allerijl het vege lijf zien te redden.
De folklore van een vissersdorp aan de Zuiderzee, dat was het uitgangspunt voor de oprichting van het Zuiderzeemuseum. Opdat we niet zouden vergeten hoe mooi en belangrijk de visserijcultuur was, want dát was precies waar men bang voor was na de aanleg van de afsluitdijk.
De Gouden Eeuw betekende zowel een hoogtepunt voor de handel als voor de scheepsbouw. Schepen die zowel in Hoorn, Edam, Zaanstreek als in Amsterdam werden gebouwd.
Een ‘kwakel’, ook wel kwakkel genoemd, is een hoge, smalle voetgangersbrug. Kenmerkend aan deze wankele (vandaar de naam) bruggen is dat ze hoog zijn om de scheepvaart te kunnen doorlaten. De Kwakelbrug vertelt hoe de bescheiden nederzetting Edam uitgroeide tot een belangrijke handelsstad.
De Stevinsluizen staan aan de Noord-Hollandse kant van de Afsluitdijk, vlakbij Den Oever. Samen met de Lorentzsluizen bij Kornwerderzand, aan de Friese kant van de dijk, regelen zij het waterpeil van het IJsselmeer en daarmee ook van het achterland. Het water van het IJsselmeer wordt gespuid op de Waddenzee. De Stevinsluizen zijn vernoemd naar Hendrik Stevin (1614-1668), die al in 1667 een geniaal, maar destijds technisch onuitvoerbaar plan bedenkt om de Zuiderzee af te sluiten en in te polderen. Indirect is zijn werk een inspiratiebron voor de plannen die ingenieur Cornelis Lely in 1891 presenteert en die uiteindelijk in 1918 leiden tot de ‘Wet ter Droogmaking van de Zuiderzee’.
Oud Valkeveen is tegenwoordig een bekend attractiepark voor kinderen. Het speelpark ligt ten noordoosten van Naarden, dicht aan het Gooimeer. De plek is al heel oud; het ontstaan ervan gaat ongeveer vier eeuwen terug. Na de komst van de trein in de negentiende eeuw werd het een geliefde attractie.
Vanaf het water zie je al van grote afstand een vierkant wit geschilderd gebouwtje met een hoog dak en daarop een torentje; het is de kapel van Durgerdam. Het bepaalt sinds 1687 het silhouet van het plaatsje dat onder de rook van Amsterdam ligt.
Het gezegde ‘voor Pampus liggen’ zegt je waarschijnlijk wel iets. De uitdrukking gaat terug tot de naam van een zandbank in het IJ voor Amsterdam. Deze zandbank, Pampus genaamd, bezorgde zwaarbeladen koopvaardijschepen in de VOC-tijd ooit veel last. Zo kwam het voor dat schepen voor Pampus lagen: ze moesten een tijd wachten voordat het vloed werd en zo konden passeren.
‘Hele ritsen van zwarte zeeëenden dobberen op de baren, een zwarte streep op het vale zeetje en als ze opvliegen lijkt het, of er een groote zwarte slang over het water kruipt.’ De bioloog en natuurbeschermer Jacobus Pieter Thijsse schrijft deze observaties al in 1915 op terwijl hij aan de Diemerzeedijk bij Amsterdam staat. Thijsse is een van de grondleggers van ons bewustzijn van natuur- en landschapswaarden.
Noord-Holland heeft geen officieel erkende streektaal, zoals het Fries of Limburgs, maar kent wel een tiental dialecten. De dialecten zijn weer onder te verdelen in dorpstalen en streektalen.
Op Wieringen kende men, voor de oprichting van de Rouwkoetsvereniging Westerland rond 1920, de burenplicht. Hoe sober ook, het medeleven van de eilandbewoners bij teraardebestellingen was door de eeuwen heen een ontroerend schouwspel. Het waren allen rouwdragenden: de buurman, die met zijn boerenwagen en paard het lijk vervoerde en de buren die achter de wagen liepen. Zo volbrachten zij hun ‘burenplicht’ en bewezen hem of haar, die ze van nabij hadden gekend, diep bedroefd de laatste eer.
In onze tijd denken we bij watersnood al snel aan de Zeeuwse eilanden en de vernietigende kracht van de Noordzee. De Noordzee is natuurlijk gevaarlijk en we moeten onze dijken zo stevig en hoog houden dat we vanuit het Westen niets te duchten hebben. Maar wist je dat de afsluiting van de Zuiderzee alleen maar was ingegeven door de belabberde kwaliteit van de dijken eromheen?
Waterland en visserij zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ging het vroeger alleen om vis in de letterlijke zin van het woord, nu staat Volendam ook bekend om haar ‘palingsound’.