Logo Duyvis
Bron: TBWABusted, via Flickr.com
Logo Duyvis
Olie en veevoer
Teewis Duyvis, voorvader van de industriële ondernemersfamilie, werkte sinds 1807 als olieslager met de in 1806 van zijn oom geërfde oliemolen ‘de Ooievaar’ en 2 pelmolens. Olie was een bijproduct en er werd vooral veevoer gemaakt door olie uit kool- en lijnzaad te persen. Duyvis’ kleinzoon die tevens Teewis heette, breidde het bedrijf uit en diens zoon, Ericus Gerard Duyvis, bouwde in 1880 een stoomoliefabriek. Er werd nog steeds veel veevoer geproduceerd, maar begin 20ste eeuw werd het familiebedrijf ook een groot olie-exporteur.
Oliemolen De Ooievaar in 1978
Bron: Wikimedia Commons, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Korpershoek, W.A. (Fotograaf)
Oliemolen De Ooievaar in 1978
Borrelnootjes
In de aanloop van en ook tijdens de Tweede Wereldoorlog nam de afzet van olie af en werd de import van de nodige grondstoffen belemmerd. Duyvis ging zich daarom meer richten op slaolie en de verkoop van merkproducten. Eind jaren 1950 verkreeg het bedrijf de titel ‘Koninklijk’ en in 1961 begon het met de productie en verkoop van pinda’s , amandelen, cashewnoten, studentenhaver en andere zogenoemde borrelnootjes. Zeven jaar later kwamen hier nog meer zoutjes en ook dipsauzen bij die met de leus ‘Fuif’es met Duyvis’ nog steeds worden verkocht. Het familiebedrijf werd kort daarna onderdeel van AkzoNobel, toen nog Akzo, voor het in 1987 door Douwe Egberts werd gekocht.
Molen de Ooievaar
Molen de Ooievaar in zijn omgeving, gezien vanaf de brug. Bron: Wikimedia Commons, Muis&konijn
Molen de Ooievaar
‘Duyvis since 1806’
In 1991 werd op de plaats waar Teewis Duyvis ooit met de geërfde oliemolen begon, een nieuwe en moderne fabriek gebouwd. De Molen ‘de Ooievaar’ staat er na een restauratie halverwege de jaren 1950 nog in volle glorie naast. In 2006 wordt Duyvis door de toen nog jonge multinational Pepsico gekocht. De borrelnootjesfabrikant kent een rijk verleden en heeft daarin een behoorlijke verandering ondergaan, maar net zoals de oude molen naast de fabriek dat doet, verwijst het logo met een ‘Since 1806’ naar waar Duyvis ooit begonnen is.
Industrieel Erfgoed
2015 is benoemd tot het Europese jaar van het Industrieel Erfgoed. Oneindig Noord-Holland vertelt aan de hand van dit themajaar de geschiedenis van het Noordzeekanaalgebied en de Zaanstreek. De provincie Noord-Holland is hierin een belangrijke partner omdat zij het industrieel erfgoed wil behouden en de beleving hiervan door haar bewoners en bezoekers zo breed mogelijk maken. Dit verhaal is onderdeel van deze campagne. Klik hier voor het overzicht van alle verhalen.
Het industrieel erfgoed van Noord-Holland wordt in de schijnwerpers gezet met het Festival Industrie Cultuur. De festivalactiviteiten vertellen het verhaal van de industrie toen en nu. Van historische windmolens aan de Zaan tot de staalindustrie in IJmuiden, iedereen is uitgenodigd industriecultuur van Noord-Holland te beleven op verschillende en verrassende manieren. Het festival concentreert zich hierbij vooral op de Zaanstreek en het Noordzeekanaalgebied, waar de industriële motor van de metropoolregio zich bevindt.
Meer informatie en alle activiteiten van het Festival Industrie Cultuur zijn te vinden op http://www.festivalindustriecultuur.nl/.
Geschreven door Liza Koppenrade
Bronnen
Duyvis (z.d.), Over Duyvis. Geraadpleegd op 25 maart 2015, via: http://www.duyvis.nl/over-duyvis/
Genealogie Online (z.d.), Stamboom Teewis Teewisz. Duyvis. Geraadpleegd op 25 maart 2015, via: https://www.genealogieonline.nl/cardinaal-stamboom/I10167.php
Valens, Paul. (Amsterdam, 5 januari 2010). Continuïteit. Geraadpleegd op 25 maart 2015, via: http://www.valens.nl/nlhtmldocs/duyvis.html
Zaansche Molens (z.d.), De Ooievaar 1622. Geraadpleegd 25 maart 2015, via: http://zaanschemolen.nl/molen/de-ooievaar/
Publicatiedatum: 01/04/2015
Vul deze informatie aan of geef een reactie.